Jus

Laat me starten met bekennen dat ik getwijfeld heb om deze blogpost te schrijven, want het voelt wat vreemd om een mening over een restaurant te formuleren wanneer de uitbaters door de Corona-maatregelen genoodzaakt zijn om hun zaak tijdelijk dicht te doen… Er staan nog een aantal restaurants op mijn ‘to blog’ lijstje, omdat ik er door de drukte van de voorbije maanden en een sneeuwvakantie (niet in Noord-Italië of Ischgl) met slechte WIFI niet toe gekomen ben. Uiteindelijk heb ik beslist om deze blogposts wél te schrijven: misschien kan het een duwtje in de rug zijn om – wanneer we terug uit eten kunnen – bij dit specifieke restaurant te reserveren. Tegelijk is het voor mezelf ook een manier om een paar etentjes van de voorbije maanden opnieuw te beleven bij gebrek aan beter – al geniet ik momenteel nog wel van het huiselijkheid. 

Over naar Jus in de Gentse Mageleinstraat, de nieuwe zaak van chefkok Griet en gastheer Michiel. Ik spreek er af op een woensdagavond om bij te praten met een goede vriendin en arriveer als tweede van ons gezelschap in de voor de rest uitgestorven winkelstraat. Eens voorbij het tochtgordijn sta je meteen in een gezellige bistro met houten toog en open keuken. Jus telt een bescheiden aantal couverts, ik gok maximum twintig. Mijn veronderstelling is dus dat Griet en Michiel er bewust voor kiezen om de zaak met hun tweetjes te runnen.

Gezellig betekent ’s avonds ook met gedempt licht en dat zorgt dan weer voor een domper op de fotokwaliteit. Waarvoor wederom mijn excuses!

escabèche van champignons

We hoppen door de leuk opgemaakte kaart. Starten doen we met Prosecco Tenuta Civranetta (€ 6,5) die gevat omschreven wordt als ‘organische prosecco, verfrissend in zijn eenvoud’ en met door het huis aangeboden escabèche van champignons. Omdat we het enkel bij een hoofdgerecht zullen houden, vullen we het aperomoment verder aan met twee hapjes: padrón pepertjes, zeezout (€ 7,5) en aperitiefkroketjes (€ 10). Als regelrechte krokettenmadam ben ik logischerwijs verantwoordelijk voor de laatste keuze, mijn vriendin valt voor de pepers. Ons bezoekje dateert al van zó lang geleden dat ik eens erg diep moet nadenken over de vulling van de kroketjes: 100% zeker scampi met rode curry enerzijds en 90% zeker breydelham anderzijds. Een lekkere start, al eet ik de padrónpepers persoonlijk liever met iets minder beet. In het Baskenland smelten die als het ware op je tong en dat mis ik bij deze uitvoering. Alle punten wel voor de kroketjes, nu ik zelf onlangs eens garnaalkroketten klaarmaakte is mijn respect voor homemade kroketten nog gegroeid.

Padronpepers en aperitiefkroketjes

Bij de hoofdgerechten schakelen we eerst en vooral over op elk een glas rode wijn uit het Spaanse Murcia: Yeya (€ 6 – Moscatel & Chardonnay). Die laten we onze vlezige keuzes begeleiden: handgesneden steak tartaar (€ 22,50) voor de overkant en lamsnavarin met wintergroenten en kroketjes (€ 25) – één van de suggesties – voor mij.

Lamsnavarin met wintergroenten

Kroketjes op de voorgrond, steak tartaar op de achtergrond

Ik geniet van mijn lamsstoofpotje en neem me voor om thuis zelf met een navarinrecept aan de slag te gaan… Misschien wel pas na de zomer, want in deze periode denk ik voornamelijk in termen van tomaat garnaal en die eerste barbecue. Acht kroketten mag je overigens als royaal bestempelen. Mijn vriendin mengt de eierdooier met het handgesneden vlees en combineert met dito frieten en een dagvers ogend slaatje. Een tevreden disgenote, altijd aangenaam.

Door de gulle porties én de hapjes vooraf zit een dessert er niet meer in. Toch willen we nog iets en dat wordt voor ieder een Porto Tawny (€ 5,50) én na het buitengaan nog een pintje in de Marimain. Porto, dat proeft voor mij telkens weer als een oude liefde die niet roest.

Omdat Jus trouwens vlakbij mijn werkplek in niet-Corona-tijden – meer bepaald De Krook – ligt en bovendien midden in een winkelstraat, gok ik dat ik hier ooit terugkom met mijn shoppende mama. Zij houdt van goed bereide klassiekers en laat dat nu net zijn waar Jus mee uitpakt!

IJstijd

Een boek van Maartje Wortel

Net zoals mijn vorige boek ontdek ik ‘IJstijd’ van Maartje Wortel op de recente longlists van de Libris Literatuurprijs, meer specifiek haalde Maartje deze lange lijst in 2015. Ik ontleen haar roman zoals steeds de afgelopen jaren in De Krook en krijg door de coronamaatregelen enkele weken extra om tot de laatste pagina te komen.

Alleen duurt het verdomd lang vooraleer ik ‘in’ het boek kom… Over dit verhaal van iets meer dan 200 pagina’s doe ik bijna twee maand. Het was trekken, sleuren en deze vreemde COVID-19 weken werkten eerder averechts op mijn leesgedrag. Ik zie overal opduiken dat mensen zeeën van tijd hebben, alleen voelt dat bij mij niet zo aan. Soit, hopelijk lukt het beter met een boek dat wel meer op mijn lijf geschreven is. Eentje met een grappig lange titel bijvoorbeeld, om maar iets te zeggen.

James Dillard, om hem draait het. Hij is een strontverwende kerel van iets meer dan dertig die niet weet wat hij moet met zijn leven en treurt om zijn ex-vriendinnetje Marie, een broodmager meisje dat na een traumatische gebeurtenis in een vorige relatie vooral worstelt met een eetstoornis. James krijgt op een bepaald moment out of the blue een telefoontje op zijn hotelkamer – waar hij overigens woont – met de vraag of hij een boek wil schrijven. Speciaal! Je komt nooit te weten wie of wat er echt achter dat telefoontje zit, alleen leer je doorheen ‘IJstijd’ wat het met een mens doet om ineens verondersteld te worden auteur te zijn. Schrijf je wat mensen willen lezen of wat jij wil schrijven?

In 2020 las ik voorlopig tweemaal non-fictie en daarnaast vier romans van Nederlandse auteurs. Tijd om voor mijn volgende boek misschien eens terug naar een schrijver uit eigen land te grijpen, ofwel toch een bestseller als Sapiens of De meeste mensen deugen.

Gebrek is een groot woord

Een boek van Nina Polak

Bij ‘Gebrek is een groot woord’ kwam ik uit door mijn leesresearch eens wat verder uit te breiden dan De bende van het boek… Welke boeken loofde de boekenclub van De Wereld Draait Door de voorbije jaren? En welke meesterwerkjes stonden op de longlist van de Libris Literatuurprijs? Zo land ik bij ‘Gebrek is een groot woord’, de Libris longlist van 2019. Zij die mijn leesgewoonten intussen kennen, weten ook waarom: sprekende titel en dito cover.

Schrijfster Nina Polak voert als hoofdpersonage Nynke Nauta – met als nickname Skip – op, de Amsterdamse keert na zeven jaar zeilen op zee terug naar haar stad en worstelt met het leven dat ze achterliet: haar overleden moeder, haar ex-vriend Bjorg en het welgestelde gezin Zeno dat zich als een surrogaatfamilie opwerpt.

Wellicht komt het door het gordeldier op de flap, maar de eerste pagina’s waan ik me in een fabel – je weet wel: zo’n verhaal waar de dieren spreken. Skip Nauta, Lood en de Zeno’s, het duurt even vooraleer ik het vermenselijk en eigenlijk zeg ik hiermee ook dat het wat tijd vergt om in het verhaal te komen. Eenmaal mee, dan ben ik voor de volle honderd procent mee. Dat wel.

Nynke, Skip, Nijn. Veel namen voor één jongedame die naar mijn aanvoelen haar best doet om in een modaal Amsterdams leven te passen. Alleen lukt het haar niet om lang genoeg te proberen, om te blijven. Als het haar teveel wordt, dan verruilt ze land voor water en gaat ze aan boord als scheepsmaatje… Wind in de zeilen.

Nina Polak stamt uit 1986, dat betekent dat ik drie jaar ouder ben. Met auteurs heb ik een beetje hetzelfde als met topsporters: als je op een bepaald moment beseft dat die voetballer of veldrijder 15 à 20 jaar jonger is, dan voel je je ineens oud. Bij schrijvers is het doorgaans iets minder erg, maar ik kan wel eindeloos respect voelen voor dames of heren met minder jaren op de teller die naar mijn mening doorleefde teksten produceren. O ja, en verbonden zijn aan De Correspondent – ‘een dagelijks medicijn tegen de waan van de dag’, oftewel ijzersterke Nederlandse journalistiek – helpt tevens om wat extra credits te krijgen.

Kato

Ergens – al herinner ik me niet meer waar – las ik dat een bepaalde Japanse balletdanseres van het Koninklijk Ballet Vlaanderen enkel en alleen bij Kato uit wil eten omdat het er zo authentiek is. You had me at ‘auth’… Authenticiteit overtuigt mij altijd en zo bel ik op om telefonisch te reserveren. Onlangs sprak ik er nog over met de man achter Resengo: de Aziatische restaurants waar slecht Nederlands gesproken wordt en bijgevolg het meest gebaat zouden zijn met online reservaties, zijn vaakst het moeilijkst te overtuigen.

Als eerste gast van de service wandel ik het restaurant vlakbij de Marnixplaats binnen. Ik twijfel zoals gewoonlijk meer over de zitplaats dan over de eetkeuze: een plekje aan de eettoog of een tafeltje tegen de muur. Het wordt het laatste. Mijn compagnon vergezelt me niet veel later en we duiken de geplastificeerde kaart in. Ik meende online voorgedefinieerde menu’s gezien te hebben, maar die zijn nergens te bespeuren. We kunnen ons lot dus niet helemaal in de handen van de chef leggen. Ik denk na…

De suggesties

Continue reading

Zomervacht

Een boek van Jaap Robben

Don’t judge a book by its cover, daar doe ik niet altijd aan mee. Een aantrekkelijke cover – hetzij met een illustratie, hetzij met een foto – kan mij wel degelijk overtuigen om een boek ter hand te nemen. Bij Zomervacht gaat het om een close-up van een dode wesp. Rest de vraag wie gestoken wordt… O ja, en het feit dat ik ook van Jaap Robbens Birk genoot legt vanzelfsprekend extra gewicht in de ‘want to read’ weegschaal.

In tegenstelling tot bij Drift voel ik het bij Zomervacht meteen: de drang om na de eerste pagina aan één stuk door verder te lezen tot de plot. Tijdens de openingsscène besef je instant dat je in een soort De Helaasheid Der Dingen – of misschien wel de familie Flodder zonder villa – terechtgekomen bent.

De 13-jarige Brian leeft samen met zijn vader Maurice (en dus zonder zijn moeder) in een stacaravan die ergens in de buurt van Saint-Arnaque op een afgelegen stuk grond staat. Naast vader en zoon wonen daar ook de zonderlinge broers Henri en Jean, af en toe aangevuld met één of meerdere huurders. Saint-Arnaque blijkt een fictief plaatsje dat zich in het hoofd van Jaap Robben vermoedelijk ergens in Wallonië of Noord-Frankrijk bevindt. Hierbij baseer ik mij eveneens op de namen van de hoofdpersonages (Brian niet te na gesproken), want in Nederland zouden we wellicht eerder met ene Sjoerd of Ferry Bouman te hebben.

Zomervacht leest als een papieren tijdbom. Wanneer vader Maurice besluit om samen met Brian een paar weken voor zijn andere zoon Lucien te zorgen, weet je dat het fout zal lopen… Rest de vraag wanneer.

Lucien is trouwens niet zomaar de andere zoon van Maurice en de broer van Brian. Eerstgeborene Lucien kwam ter wereld met een stevige beperking en discussies over de zorg voor dit zorgenkind lagen aan de basis van de scheiding tussen zijn ouders. Vreemd genoeg spraken de ex-en af om elk voor één kind te zorgen.

Tot zover de theorie: wanneer Lucien in de stacaravan arriveert, blijkt Maurice – net zoals bij de sporadische bezoekjes aan de instelling waar Lucien normaliter verblijft – zo vaak als mogelijk te ontsnappen. Bijgevolg staat de tengere Brian er vaak alleen voor met een veel zwaardere en bij tijden onvoorspelbare kerel van zestien. Gelukkig komt tijdelijke huurder Emile af en toe stiekem helpen, uit sympathie voor Brian. Meeleven met Brian kost mij geen enkele moeite, al maakt hij als jonge tiener logischerwijs vaak foute keuzes / afwegingen.

De bom tikt en om te weten of en op welke manier die ontploft moet je Zomervacht lezen.