Het Ministerie van Werkplezier

Een boek van Ilse Ceulemans

De subtitel ‘Alles went, behalve slecht management’ spreekt – euhm… – boekdelen. Ik herinner me dat ik onlangs zei tegenwoordig alleen nog fictie te lezen, maar de klinkende titel en veel enthousiasme op Goodreads zetten mij toch aan tot een uitstapje richting de categorie non-fictie. We gaan opnieuw voor een sprintje van een week, want dit populaire boek kan bibliotheek De Krook niet langer dan een week missen.

En wat vind ik precies zo leuk aan het boek? Want – nu komt het vloeken in de kerk – ik moet toegeven dat ik op de één of andere manier wel functioneer in het systeem met managers, KPIs, evaluatiegesprekken en kantooreilanden.

Ilse Ceulemans observeert haarscherp en omschrijft de bedrijfsjungle treffend mooi. Alles, maar dan ook letterlijk alles wat ze schrijft herken ik. Na een tienjarig professioneel leven bij Barco, Medialaan (toen nog VMMa) en iMinds dat intussen gefuseerd is met imec heb ik bijvoorbeeld nogal wat reorganisaties meegemaakt en – gelukkig, al ben ik niet zeker of dit adjectief in deze zin gepast is – overleefd. Het feit dat ze vooral refereert naar haar jaren ‘in de media’ en in het bijzonder bij Sanoma zorgt ervoor dat de herkenbaarheid voor mij nog versterkt wordt. Ik werkte vanuit mijn rol bij het Media InnovatieCentrum (MiX – deel van iMinds) met het bedrijf samen ten tijde van de stevigste herstructureringen.

En toch ben ik geen Ilse. Ik begrijp en heb absoluut respect voor de manier waarop zij naar werken, bedrijven en het management ervan kijkt. Ze graaft dieper, kijkt verder en mikt misschien wel hoger dan de meeste werkgevers én -nemers doen. Niettemin kan ik mij vaak wel inleven in de genomen beslissingen en sta ik er zelfs meer dan regelmatig achter. Haar ervaringen met management lijken voornamelijk ervaringen met slecht management te zijn. Ik voel zelfs een steek van medelijden dat ze zo weinig in aanraking kwam met échte leiders, mensen naar wie je zonder forceren kan opkijken.

Tegelijk mis ik soms wat realiteitszin, want ervan uitgaan dat werkplezier altijd moet primeren op winst lijkt mij simpelweg economisch niet haalbaar. Ze schrijft zelf voor en refereert ook regelmatig naar Charlie Magazine. De Correspondent in Nederland lijkt tevens een inspiratiebron. Ook ik backte Charlie tijdens hun crowdfunding en betaalde een jaartje lidgeld bij De Correspondent, alleen voel je dat deze (advertentievrije) journalistieke startups ondanks het relatieve succes – én mijn sympathie – moeten vechten om te overleven met het geld dat ze rechtstreeks krijgen van hun lezers.

Dus danst de auteur naar mijn mening rond de hete brij die de meeste (print)mediabedrijven in de ban houdt: hoe laten ze de eindconsument in godsnaam betalen voor de inhoud (bewust geen ‘content’ geschreven) die zij maken? En dan stel ik mij de vraag of het Ministerie van Werkplezier daar een antwoord op heeft… Misschien niet helemaal fair om te zo te stellen, want als dit boek bijvoorbeeld gebaseerd zou zijn op ervaringen van een werknemer in de banksector dan zou ik die opmerking niet maken.

De boodschap van het boek blijft positief: Ilse Ceulemans stelt vanuit het Ministerie van Werkplezier veertien artikelen voor die soms radicaal lijken of moeilijk implementeerbaar in de huidige organisaties. Desalniettemin wil ik ze een kans geven, want willen we niet allemaal evolueren naar het Scandinavisch model? Alleen denk ik dat ze vanuit een ideale wereld redeneert met een fundamenteel vertrouwen in de goedheid van de mens. Voor mezelf herhaal ik soms luidop dat ik dat laatste ook wil hebben en toch volgt nog té vaak het zelfverwijt ‘Naïeve trut!’ – ook op de werkvloer.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *