Gebrek is een groot woord

Een boek van Nina Polak

Bij ‘Gebrek is een groot woord’ kwam ik uit door mijn leesresearch eens wat verder uit te breiden dan De bende van het boek… Welke boeken loofde de boekenclub van De Wereld Draait Door de voorbije jaren? En welke meesterwerkjes stonden op de longlist van de Libris Literatuurprijs? Zo land ik bij ‘Gebrek is een groot woord’, de Libris longlist van 2019. Zij die mijn leesgewoonten intussen kennen, weten ook waarom: sprekende titel en dito cover.

Schrijfster Nina Polak voert als hoofdpersonage Nynke Nauta – met als nickname Skip – op, de Amsterdamse keert na zeven jaar zeilen op zee terug naar haar stad en worstelt met het leven dat ze achterliet: haar overleden moeder, haar ex-vriend Bjorg en het welgestelde gezin Zeno dat zich als een surrogaatfamilie opwerpt.

Wellicht komt het door het gordeldier op de flap, maar de eerste pagina’s waan ik me in een fabel – je weet wel: zo’n verhaal waar de dieren spreken. Skip Nauta, Lood en de Zeno’s, het duurt even vooraleer ik het vermenselijk en eigenlijk zeg ik hiermee ook dat het wat tijd vergt om in het verhaal te komen. Eenmaal mee, dan ben ik voor de volle honderd procent mee. Dat wel.

Nynke, Skip, Nijn. Veel namen voor één jongedame die naar mijn aanvoelen haar best doet om in een modaal Amsterdams leven te passen. Alleen lukt het haar niet om lang genoeg te proberen, om te blijven. Als het haar teveel wordt, dan verruilt ze land voor water en gaat ze aan boord als scheepsmaatje… Wind in de zeilen.

Nina Polak stamt uit 1986, dat betekent dat ik drie jaar ouder ben. Met auteurs heb ik een beetje hetzelfde als met topsporters: als je op een bepaald moment beseft dat die voetballer of veldrijder 15 à 20 jaar jonger is, dan voel je je ineens oud. Bij schrijvers is het doorgaans iets minder erg, maar ik kan wel eindeloos respect voelen voor dames of heren met minder jaren op de teller die naar mijn mening doorleefde teksten produceren. O ja, en verbonden zijn aan De Correspondent – ‘een dagelijks medicijn tegen de waan van de dag’, oftewel ijzersterke Nederlandse journalistiek – helpt tevens om wat extra credits te krijgen.

Zomervacht

Een boek van Jaap Robben

Don’t judge a book by its cover, daar doe ik niet altijd aan mee. Een aantrekkelijke cover – hetzij met een illustratie, hetzij met een foto – kan mij wel degelijk overtuigen om een boek ter hand te nemen. Bij Zomervacht gaat het om een close-up van een dode wesp. Rest de vraag wie gestoken wordt… O ja, en het feit dat ik ook van Jaap Robbens Birk genoot legt vanzelfsprekend extra gewicht in de ‘want to read’ weegschaal.

In tegenstelling tot bij Drift voel ik het bij Zomervacht meteen: de drang om na de eerste pagina aan één stuk door verder te lezen tot de plot. Tijdens de openingsscène besef je instant dat je in een soort De Helaasheid Der Dingen – of misschien wel de familie Flodder zonder villa – terechtgekomen bent.

De 13-jarige Brian leeft samen met zijn vader Maurice (en dus zonder zijn moeder) in een stacaravan die ergens in de buurt van Saint-Arnaque op een afgelegen stuk grond staat. Naast vader en zoon wonen daar ook de zonderlinge broers Henri en Jean, af en toe aangevuld met één of meerdere huurders. Saint-Arnaque blijkt een fictief plaatsje dat zich in het hoofd van Jaap Robben vermoedelijk ergens in Wallonië of Noord-Frankrijk bevindt. Hierbij baseer ik mij eveneens op de namen van de hoofdpersonages (Brian niet te na gesproken), want in Nederland zouden we wellicht eerder met ene Sjoerd of Ferry Bouman te hebben.

Zomervacht leest als een papieren tijdbom. Wanneer vader Maurice besluit om samen met Brian een paar weken voor zijn andere zoon Lucien te zorgen, weet je dat het fout zal lopen… Rest de vraag wanneer.

Lucien is trouwens niet zomaar de andere zoon van Maurice en de broer van Brian. Eerstgeborene Lucien kwam ter wereld met een stevige beperking en discussies over de zorg voor dit zorgenkind lagen aan de basis van de scheiding tussen zijn ouders. Vreemd genoeg spraken de ex-en af om elk voor één kind te zorgen.

Tot zover de theorie: wanneer Lucien in de stacaravan arriveert, blijkt Maurice – net zoals bij de sporadische bezoekjes aan de instelling waar Lucien normaliter verblijft – zo vaak als mogelijk te ontsnappen. Bijgevolg staat de tengere Brian er vaak alleen voor met een veel zwaardere en bij tijden onvoorspelbare kerel van zestien. Gelukkig komt tijdelijke huurder Emile af en toe stiekem helpen, uit sympathie voor Brian. Meeleven met Brian kost mij geen enkele moeite, al maakt hij als jonge tiener logischerwijs vaak foute keuzes / afwegingen.

De bom tikt en om te weten of en op welke manier die ontploft moet je Zomervacht lezen.

Drift

Een boek van Bregje Hofstede

Zoals wel eerder liet ik mij voor dit boek inspireren door De Bende Van Het Boek – en de tot de verbeelding sprekende cover trok mij definitief over de streep… Bij De Bende haalde ‘Drift’ zelfs hun eindejaarslijstje met Nederlandstalige aanraders, geen idee of de positie bovenaan de lijst ook voor een nummer #1 plaats staat.

Ik zal meteen met de deur in huis vallen… Bij mij was het geen echte match. Eens de cover voorbij merkte ik dat het ‘werken’ was om tot op de laatste pagina te geraken.

Hoe komt dat? Misschien ligt het voor een stuk aan het feit dat 2019 eigenlijk totaal geen leesjaar was. Mijn Goodreads reading challenge stel ik de voorbije jaren steevast in op twaalf boeken – oftewel eentje per maand – en vorig jaar landde ik slechts op de helft. Met onder die zes boeken zelfs nog twee non-fictie exemplaren… Maar toch, ik raakte wel volledig in the flow bij Noord of Kleine brandjes overal en dat gevoel miste ik geheel bij ‘Drift’.

Anderzijds merkte ik dat ik geen band opbouwde met het hoofdpersonage, een jonge vrouw genaamd Bregje die na een relatie van tien jaar met een rugzak vol dagboekjes vertrekt om zich vervolgens nomadisch door Brussel te bewegen. Op zoek naar waarom ze haar ware en ogenschijnlijk ideale (schoonzoon) liefde laat zitten. Teruglezend in al haar schrijfsels, haar uitlaatklep als jongedame die zich laaft aan kunst. Ze werkt in de antiekwereld en debuteert als romanschrijfster van ‘Welp’ – waarvan we telkens enkele pagina’s te lezen krijgen.

Uiteraard onderken ik dat Bregje goed en raak schrijft, alleen slaagt ze er niet in mij te raken. Het verwondert mij zelfs, omdat ik net als Bregje van schrijven hou. Soms vertellen mijn typende vingers onbewust meer dan ik ooit zal uitspreken. Ik ben een vrouw van het geschreven woord. Net zoals Bregje.

Voor de duidelijkheid: ‘Drift’ is geen autobiografie, niettemin autofictie of fictie die autobiografische elementen bevat. Dan stel ik me instant de vraag ‘Dewelke?’ en ik gok op het zelfgenaaide panterpak.

Kleine brandjes overal

Een boek van Celeste Ng

Op de eerste verdieping van De Krook staan enkele rekken met romans uit de ‘Uitgelezen’ categorie. Omdat ik wel van een preselectie hou, duik ik vaak in die achterflappen om mijn volgende boek te bepalen als ik niet echt iets meer op mijn ‘want to read’ lijstje heb staan… Zo kom ik uit bij ‘Kleine brandjes overal’, de tweede roman van de Amerikaanse schrijfster Celeste Ng uit 2018.

Het overkomt met wel vaker dat ik in een bepaalde periode – doorgaans per toeval – twee of meer boeken rond eenzelfde thematiek lees. Zo vertelde ik hoe het in Dit is hoe het ging fout afloopt met hoofdpersonage Cato Schmidt. Het relaas van deze ontspoorde tiener boeide mij eerder matig, bij ‘Kleine brandjes overal’ van Celeste Ng durf ik te stellen dat ik laaiend (foute en flauwe woordspeling) enthousiast de laatste bladzijde omsla.

Hier zet de veertienjarige Izzy Richardson de burgerlijke buurt in Shaker Heights op stelten door brand te stichten in haar ouderlijke woning. Izzy groeit in dit als perfect gepropageerde stadje op als jongste in een gezin van vier: moeder journaliste bij de lokale krant, vader advocaat, oppervlakkige zus Lexie, sportgekke broer Trip en gevoelige broer Moody.

Ze lijkt boos te zijn op de alles en iedereen, en Izzy’s woede richt zich in het bijzonder op haar overbezorgde moeder Elena. Tot het moment dat Mia Warren in beeld verschijnt als nieuwe bewoonster van de familie Richardson’s huurhuis… De mysterieuze en nomadische Mia leeft voor haar fotografie, alleen legt ze de lat voor zichzelf zo hoog dat alleen de foto’s waar ze zelf 100% achter staat naar buiten mogen komen. Daarom klust ze bij om in het minimum levensonderhoud van haar dochter Pearl en zichzelf te voorzien.

Binnen de kortste keren verweven de levens van beide gezinnen zich tot een complex web. Eén intrigerende persoonlijkheid staat centraal: wie is Mia Warren, wie is deze vrouw die zowel de rebelse Izzy als de jolige Lexie op een bepaald moment kan beroeren?

Wat mij betreft een absolute aanrader! Het viel mij op hoe hard ik ook meegezogen werd in de fotokunst van Mia Warren. Celeste Ng beschrijft op geniale wijze de foto’s die Mia maakt waardoor ik achteraf even in de waan verkeer dat ik echt een fototentoonstelling van deze kunstenares bezocht. Hier stel ik me echt de vraag of Celeste research deed naar fotografische technieken of misschien een professionele fotograaf in het creatieproces betrok… Indien niet, dan kan ik alleen maar nog extra respect opbrengen voor de verbeeldingskracht van deze auteur. Echt prachtig omschreven.

Dit is hoe het ging

Een boek van Astrid Boonstoppel

Eerlijk gezegd weet ik niet meer exact waar ik dit boek oppikte, wel staat het buiten kijf waarom: de titel… De laatste keer dat ik die titelvoorkeur omschreef, moet van bij Niet dat het iets uitmaakt zijn geweest.

You had me at the title… Want ik heb een zwak voor een bepaald soort titel. Hoe kan ze omschrijven? Ze zijn doorgaans eerder lang en bevatten een humoristische of dramatische ondertoon. Denk aan De 100-jarige man die uit het raam klom en verdweenDe cursus ‘omgaan met teleurstellingen’ gaat wederom niet doorDe wonderbaarlijke reis van de fakir die vastzat in een IKEA-kast of Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won. Ik denk dat jullie nu wel begrijpen waar ik op doel.

Net zoals bij Bert Moerman (de auteur van ‘Niet dat het iets uitmaakt’) waag ik me hier aan een debuutroman. Dit keer eentje van Astrid Boonstoppel, een leeftijdsgenote (1983) van me uit Rotterdam.

SPOILER ALERT

In ‘Dit is hoe het ging’ vertelt Cato Schmidt letterlijk hoe het gegaan is, hoe het zover is kunnen komen. Hoever? Dat zou té veel spoilen zijn…

Cato Schmidt verhuist met haar ouders van Rotterdam naar Groenbeek. Officieel voor het werk van de vader des huizes, de echte reden voor de beslissing van meneer en mevrouw Schmidt ligt echter bij Cato zelf: op haar Rotterdamse school kreeg ze het hard te verduren van een groepje pesters geleid door Lianne. Een nieuwe school, een nieuwe kans. Die grijpt Cato met beide handen, zeker wanneer de populaire Vic vanaf dag één besluit om haar in hun vriendinnengroepje op te nemen.

Thuis bij haar ouders of bij haar ogenschijnlijk perfecte zusje Hanne kan Cato doorgaans haar diepste gevoelens niet kwijt. Wel kan ze terecht bij Adrian, een zeven jaar oudere jongen die ze online leerde kennen en tot ver in het verhaal nooit ontmoette.

Als lezer weet je meteen dat dit verhaal niet goed zal aflopen, alleen duurt het bij mij tot meer dan halfweg vooraleer ik echt doorheb wat er zal gebeuren. Enigszins hoop je nog dat de dingen niet zullen gaan zoals ze zullen gaan, maar je weet tegelijkertijd wel beter.