Drift

Een boek van Bregje Hofstede

Zoals wel eerder liet ik mij voor dit boek inspireren door De Bende Van Het Boek – en de tot de verbeelding sprekende cover trok mij definitief over de streep… Bij De Bende haalde ‘Drift’ zelfs hun eindejaarslijstje met Nederlandstalige aanraders, geen idee of de positie bovenaan de lijst ook voor een nummer #1 plaats staat.

Ik zal meteen met de deur in huis vallen… Bij mij was het geen echte match. Eens de cover voorbij merkte ik dat het ‘werken’ was om tot op de laatste pagina te geraken.

Hoe komt dat? Misschien ligt het voor een stuk aan het feit dat 2019 eigenlijk totaal geen leesjaar was. Mijn Goodreads reading challenge stel ik de voorbije jaren steevast in op twaalf boeken – oftewel eentje per maand – en vorig jaar landde ik slechts op de helft. Met onder die zes boeken zelfs nog twee non-fictie exemplaren… Maar toch, ik raakte wel volledig in the flow bij Noord of Kleine brandjes overal en dat gevoel miste ik geheel bij ‘Drift’.

Anderzijds merkte ik dat ik geen band opbouwde met het hoofdpersonage, een jonge vrouw genaamd Bregje die na een relatie van tien jaar met een rugzak vol dagboekjes vertrekt om zich vervolgens nomadisch door Brussel te bewegen. Op zoek naar waarom ze haar ware en ogenschijnlijk ideale (schoonzoon) liefde laat zitten. Teruglezend in al haar schrijfsels, haar uitlaatklep als jongedame die zich laaft aan kunst. Ze werkt in de antiekwereld en debuteert als romanschrijfster van ‘Welp’ – waarvan we telkens enkele pagina’s te lezen krijgen.

Uiteraard onderken ik dat Bregje goed en raak schrijft, alleen slaagt ze er niet in mij te raken. Het verwondert mij zelfs, omdat ik net als Bregje van schrijven hou. Soms vertellen mijn typende vingers onbewust meer dan ik ooit zal uitspreken. Ik ben een vrouw van het geschreven woord. Net zoals Bregje.

Voor de duidelijkheid: ‘Drift’ is geen autobiografie, niettemin autofictie of fictie die autobiografische elementen bevat. Dan stel ik me instant de vraag ‘Dewelke?’ en ik gok op het zelfgenaaide panterpak.

Kleine brandjes overal

Een boek van Celeste Ng

Op de eerste verdieping van De Krook staan enkele rekken met romans uit de ‘Uitgelezen’ categorie. Omdat ik wel van een preselectie hou, duik ik vaak in die achterflappen om mijn volgende boek te bepalen als ik niet echt iets meer op mijn ‘want to read’ lijstje heb staan… Zo kom ik uit bij ‘Kleine brandjes overal’, de tweede roman van de Amerikaanse schrijfster Celeste Ng uit 2018.

Het overkomt met wel vaker dat ik in een bepaalde periode – doorgaans per toeval – twee of meer boeken rond eenzelfde thematiek lees. Zo vertelde ik hoe het in Dit is hoe het ging fout afloopt met hoofdpersonage Cato Schmidt. Het relaas van deze ontspoorde tiener boeide mij eerder matig, bij ‘Kleine brandjes overal’ van Celeste Ng durf ik te stellen dat ik laaiend (foute en flauwe woordspeling) enthousiast de laatste bladzijde omsla.

Hier zet de veertienjarige Izzy Richardson de burgerlijke buurt in Shaker Heights op stelten door brand te stichten in haar ouderlijke woning. Izzy groeit in dit als perfect gepropageerde stadje op als jongste in een gezin van vier: moeder journaliste bij de lokale krant, vader advocaat, oppervlakkige zus Lexie, sportgekke broer Trip en gevoelige broer Moody.

Ze lijkt boos te zijn op de alles en iedereen, en Izzy’s woede richt zich in het bijzonder op haar overbezorgde moeder Elena. Tot het moment dat Mia Warren in beeld verschijnt als nieuwe bewoonster van de familie Richardson’s huurhuis… De mysterieuze en nomadische Mia leeft voor haar fotografie, alleen legt ze de lat voor zichzelf zo hoog dat alleen de foto’s waar ze zelf 100% achter staat naar buiten mogen komen. Daarom klust ze bij om in het minimum levensonderhoud van haar dochter Pearl en zichzelf te voorzien.

Binnen de kortste keren verweven de levens van beide gezinnen zich tot een complex web. Eén intrigerende persoonlijkheid staat centraal: wie is Mia Warren, wie is deze vrouw die zowel de rebelse Izzy als de jolige Lexie op een bepaald moment kan beroeren?

Wat mij betreft een absolute aanrader! Het viel mij op hoe hard ik ook meegezogen werd in de fotokunst van Mia Warren. Celeste Ng beschrijft op geniale wijze de foto’s die Mia maakt waardoor ik achteraf even in de waan verkeer dat ik echt een fototentoonstelling van deze kunstenares bezocht. Hier stel ik me echt de vraag of Celeste research deed naar fotografische technieken of misschien een professionele fotograaf in het creatieproces betrok… Indien niet, dan kan ik alleen maar nog extra respect opbrengen voor de verbeeldingskracht van deze auteur. Echt prachtig omschreven.

Dit is hoe het ging

Een boek van Astrid Boonstoppel

Eerlijk gezegd weet ik niet meer exact waar ik dit boek oppikte, wel staat het buiten kijf waarom: de titel… De laatste keer dat ik die titelvoorkeur omschreef, moet van bij Niet dat het iets uitmaakt zijn geweest.

You had me at the title… Want ik heb een zwak voor een bepaald soort titel. Hoe kan ze omschrijven? Ze zijn doorgaans eerder lang en bevatten een humoristische of dramatische ondertoon. Denk aan De 100-jarige man die uit het raam klom en verdweenDe cursus ‘omgaan met teleurstellingen’ gaat wederom niet doorDe wonderbaarlijke reis van de fakir die vastzat in een IKEA-kast of Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won. Ik denk dat jullie nu wel begrijpen waar ik op doel.

Net zoals bij Bert Moerman (de auteur van ‘Niet dat het iets uitmaakt’) waag ik me hier aan een debuutroman. Dit keer eentje van Astrid Boonstoppel, een leeftijdsgenote (1983) van me uit Rotterdam.

SPOILER ALERT

In ‘Dit is hoe het ging’ vertelt Cato Schmidt letterlijk hoe het gegaan is, hoe het zover is kunnen komen. Hoever? Dat zou té veel spoilen zijn…

Cato Schmidt verhuist met haar ouders van Rotterdam naar Groenbeek. Officieel voor het werk van de vader des huizes, de echte reden voor de beslissing van meneer en mevrouw Schmidt ligt echter bij Cato zelf: op haar Rotterdamse school kreeg ze het hard te verduren van een groepje pesters geleid door Lianne. Een nieuwe school, een nieuwe kans. Die grijpt Cato met beide handen, zeker wanneer de populaire Vic vanaf dag één besluit om haar in hun vriendinnengroepje op te nemen.

Thuis bij haar ouders of bij haar ogenschijnlijk perfecte zusje Hanne kan Cato doorgaans haar diepste gevoelens niet kwijt. Wel kan ze terecht bij Adrian, een zeven jaar oudere jongen die ze online leerde kennen en tot ver in het verhaal nooit ontmoette.

Als lezer weet je meteen dat dit verhaal niet goed zal aflopen, alleen duurt het bij mij tot meer dan halfweg vooraleer ik echt doorheb wat er zal gebeuren. Enigszins hoop je nog dat de dingen niet zullen gaan zoals ze zullen gaan, maar je weet tegelijkertijd wel beter.

Normale mensen

Een boek van Sally Rooney

Sommige boekcovers grijpen meteen je aandacht, zo ook deze van ‘Normale mensen’. De titel spreekt al aan, want hoe definieer je normale mensen? Daarbij komt nog het beeld van een sardienenblik waarin twee perfect in elkaar passende lichamen liggen. Potje pas, zoals West-Vlamingen zeggen.

Ik liet mij al vaker inspireren door de Bende van het Boek, tegelijk moet ik bekennen dat ik vooral naar hun boekkeuzes keek op Instagram en nooit naar de podcasts luisterde. Tot nu dus. Voor alle duidelijkheid: gelukkig wel nadat ik ‘Normale mensen’ gelezen heb, want ze geven toch vrij veel prijs in de podcast. Ik genoot van hun duobespreking: Sara las ‘De Japanse manier’ van Erin Niimi Longhurs en Trees ‘Normale mensen’. Gestructureerd rond een aantal topics praten ze elk over hun boek. Aanrader!

Intussen weet ik wat Trees van het boek vond (spoiler ‘Het neemt u mee, maar gij neemt het boek niet per se nog mee…’), maar hoe kijk ik naar Sally Rooney’s tweede roman?

Het romantische – en soms schokkend onromantische – verhaal van Connell Waldron en Marianne Sheridan lees ik op korte tijd uit.

Na jarenlang lezen kan ik eigenlijk wel zeggen dat ik mezelf op vlak van boeken lezen niet kan bedriegen: ofwel neemt het me mee en krijgt dat boek prioriteit op elk vrij moment (zo lag ik op een ochtend te lang lezend in bad waardoor ik bijna te laat kwam op onze teambuilding), ofwel lees ik verder op discipline.

Connell en Marianne passen perfect in dat sardienenblik, alleen probeer je als lezer vooral te begrijpen waarom ze dan niet gewoon van happily ever after kunnen doen… Daarvoor moet je hun (familie)geschiedenis kennen en die geeft Sally Rooney met mondjesmaat prijs.

Trees spreekt in de podcast over hoe het boek wordt omschreven als ‘voor twintigers en jonge dertigers’. Met mijn 36 jaar val ik niet meer helemaal in die categorie en toch lukt het met wat inlevingsvermogen (en decors van series op mijn netvlies) om me te laten meeslepen door de thema’s in het boek. Zijn Connell en Marianne voor elkaar gemaakt? En bestaat dat überhaupt, potje pas?

Taal voor de leuk

Een boek van Paulien Cornelisse

Haar vierde boek en meteen ook het vierde dat ik lees. Taal is zeg maar echt mijn ding en De verwarde cavia kregen van mij het maximum aantal sterren – vijf namelijk – op Goodreads, En dan nog iets een nog steeds stevige vier. Misschien ben ik strenger geworden, maar aan haar derde en nieuwste taalboek (daar hoort ‘De verwarde cavia’ niet bij) ‘Taal voor de leuk’ deel ik slechts drie sterren uit…

Waarom? Want na het zien van haar zaalshow vijf jaar geleden schreef ik zelfs een blogpost over Waarom Paulien Cornelisse en ik best wel vriendinnen zouden kunnen zijn. Dat gevoel blijft overeind, wel moeten vriendinnen eerlijk tegen elkaar kunnen zijn…

‘Taal voor de leuk’ gaat verder in onvervalste Cornelisse-stijl, alleen vind ik het soms iets te veel van hetzelfde. Bovendien zijn de kortste stukjes een paar zinnen, de langste twee pagina’s. Daardoor krijg ik net iets te vaak het gevoel in een wagen te zitten die telkens keihard optrekt en vervolgens keer op keer bruusk remt. Ik herinner me eerlijk gezegd niet meer hoe lang de stukjes in haar andere taalboeken waren, maar nu stoor ik mij er duidelijk een aantal keer aan.

Mijn favoriete mini-verhaaltjes gaan over twee half-werkgerelateerde zaken. In ‘Héél blauw’ refereert ze naar de Insights Discovery oefening waarbij teamleden gecategoriseerd worden volgens vier kleuren (rood, blauw, geel, groen – mijn persoonlijk volgorde overigens). Ook bij mijn werkgever imec kregen we dus allemaal een kleurlabel en Cornelisse verwondert zich over hoe die kleuren (en waar ze naar refereren) tevens in het gewone leven ingeburgerd geraken…

In ‘Druk druk druk’ komt ze tot de constatatie dat het niet langer done is om alsmaar te benadrukken hoe druk je het hebt. Neen, het leven is niet minder druk geworden. Alleen zeg je dat nu gewoon minder. Het kan nog wel, maar dan zeg je volgens haar eerder ‘Druk, maar lèuk-druk!’.

Grappig mens! Niettemin mag ze van mij in haar volgende boek de stukjes iets langer uitspinnen…