Brood overload

Belgen houden van brood. Op dit vlak ben ik absoluut atypisch, want voor mij hoeft het dagelijks brood niet. Ik verkies zelfs de dagen zonder. Mijn vriend daarentegen is wat brood betreft wel op en top Belg. Dus ga ik tijdens het weekend geregeld langs de bakker om brood en “lange, witte pistolets” – in Gent bekend als picollo’s.

Deze morgen reed ik dus richting Zwijnaardsesteenweg, omdat onze vaste bakker Franky in de Holstraat op weekenddagen meestal al rond 11u picolloloos is. Bij aankomst trof mij wederom de overdosis bakkers! Op de kruising van de Zwijnaardsesteenweg met de Kraaistraat en de Klepperstraat hebben zich namelijk maar liefst 4 – jawel, 4 – bakkerijen gevestigd. Bakkerij Serlippens, bakkerij Aernoudt, bakkerij Patrick en bakkerij Broodnodig.

My Google Maps “Brood overload”

De middenstandslogica ontgaat mij, de concurrentiestrategie eveneens. Geen idee wat de geschiedenis achter deze brood overload is. Gentenaars die ze wel kennen, alvast bedankt om het verhaal te delen!

9 gedachten op “Brood overload

  1. De werkelijke reden ken ik niet, maar het is vanuit concurrentie-oogpunt niet zo raar. Stel je voor dat je 2 bakkers hebt, elk op het einde van een lange straat. Als ze allebei even goed zijn, dan kies je als klant gewoon de dichtstbijzijnde, en dan gaat de helft van de straat naar de ene bakker, en de helft naar de andere bakker. Maar wat als een van beide bakkers verhuist naar het midden van de straat? Dan houdt-ie zijn bestaande klanten – de ene helft van de straat – maar krijgt-ie er ook nog eens de helft van zijn concurrent bij. Als de concurrent zich niet tevreden wil stellen met slechts een kwart van de straat, dan zit er niks anders op dan ook naar het midden van de straat te verhuizen, om zo zijn aandeel van de klanten terug te winnen.

    Let er in de Zwijnaardsesteenweg maar eens op: meer zuidelijk, tegen het spoorwegviaduct aan, was vroeger ook een bakker. Het uithangbord hangt nog aan de gevel, maar de bakkerij is allang verdwenen…

  2. Nochtans heeft Maarten groot gelijk. Het is een economisch principe binnen de theorie van een oligopolie. Dat gaat er wel van uit dat het over twee homogene producten gaat, van een gelijkaardige kwaliteit (anders zijn het geen concurrerende producten meer).

  3. Nochtans heeft Maarten groot gelijk. Het is een economisch principe binnen de theorie van een oligopolie. Dat gaat er wel van uit dat het over twee homogene producten gaat, van een gelijkaardige kwaliteit (anders zijn het geen concurrerende producten meer).

  4. Ik ben er rijkelijk laat mee, maar ik denk ook dat de bakkers op verschillende dagen open zijn, en het viel me steeds op dat één van de vier steevast ook vaker open was (en vreemd genoeg ook de vriendelijkste uitbaters had).

  5. Ik ben er rijkelijk laat mee, maar ik denk ook dat de bakkers op verschillende dagen open zijn, en het viel me steeds op dat één van de vier steevast ook vaker open was (en vreemd genoeg ook de vriendelijkste uitbaters had).

Reacties zijn gesloten.